Zoek in het archief
 
terug


News breaking: 2018-04-08

Incyte en MSD publiceren nieuwe gegevens over Fase 3-onderzoek naar epacadostat in combinatie met KEYTRUDA® (pembrolizumab) bij patiënten met inoperabel of metastatisch melanoom

WILMINGTON, Delaware VS en KENILWORTH, New Jersey VS--(BUSINESS WIRE)-- 20180408 --

Incyte Corporation (Nasdaq:INCY) en Merck & Co. Inc., Kenilworth, New Jersey, VS (NYSE:MRK), buiten de Verenigde Staten en Canada bekend als MSD, hebben vandaag bekendgemaakt dat een externe Data Monitoring Commissie (eDMC) tijdens de beoordeling van de resultaten van het cruciale Fase 3-onderzoek ECHO-301/KEYNOTE-252 ter evaluatie van Incyte’s epacadostat in combinatie met MSD’s KEYTRUDA® bij patiënten met inoperabel of metastatisch melanoom heeft vastgesteld dat het onderzoek niet heeft voldaan aan het primaire eindpunt van verbetering van de progressievrije overleving in de algehele populatie in vergelijking met KEYTRUDA als monotherapie. Naar verwachting zal het tweede primaire eindpunt van algehele overleving evenmin statische significantie bereiken. Op grond van deze resultaten en de aanbeveling van de eDMC zal het onderzoek worden stopgezet. Het waargenomen veiligheidsprofiel voor ECHO-301/KEYNOTE-252 was consistent met dat van eerdere onderzoeken naar epacadostat in combinatie met KEYTRUDA.

Dit persbericht bevat multimedia. Bekijk hier het volledige persbericht: https://www.businesswire.com/news/home/20180408005055/nl/

Incyte en MSD zullen de onderzoekers op de hoogte stellen van de resultaten en met de onderzoekers samenwerking aan een passende beëindiging van het onderzoek op een wijze die in harmonie is met de belangen van elke patiënt. De gegevens uit dit onderzoek zullen worden geanalyseerd en ingediend voor presentatie tijdens een aankomend wetenschappelijk congres.

“Hoewel we teleurgesteld zijn dat dit onderzoek de werkzaamheid van epacadostat in combinatie met KEYTRUDA bij patiënten met inoperabel of metastatisch melanoom niet heeft bevestigd, zullen gegevens uit ECHO-301/KEYNOTE-252, met inbegrip van analyses van een uitgebreide verzameling biomarkers, bijdragen tot ons inzicht in de rol van IDO1-inhibitie in combinatie met PD-1-antagonisten, en mogelijk ook meer informatie opleveren voor ons bredere klinische ontwikkelingsprogramma omtrent epacadostat,” aldus dokter Steven Stein, Chief Medical Officer van Incyte. “We blijven ons inzetten voor de transformatie van de behandeling van kanker en zullen blijven onderzoeken hoe IDO1-inhibitie en andere innovatieve mechanismen de uitkomst voor patiënten mogelijk zouden kunnen verbeteren.”

“We verheugen ons erop de uitgebreide analyse van de gegevens uit ECHO-301/KEYNOTE-252 te delen met de wetenschappelijke gemeenschap tijdens een aankomende medische bijeenkomst,” aldus dr. Roy Baynes, Senior Vice President en Hoofd van Global Clinical Development, en Chief Medical Officer van MSD Research Laboratories. “We danken de patiënten en hun zorgverleners voor hun deelname aan het onderzoek ECHO-301/KEYNOTE-252.”

Over ECHO-301/KEYNOTE-252 (NCT02752074)

Dit Fase 3 gerandomiseerde, dubbelblinde onderzoek met placebocontrolegroep is opgezet voor de evaluatie van KEYTRUDA in combinatie met epacadostat of placebo bij patiënten met inoperabel of metastatisch melanoom. Voor ECHO-301/KEYNOTE-252 werden meer dan 700 patiënten ingeschreven, 1:1 gerandomiseerd en gestratificeerd naar tumor PD-L1-expressie (positief vs negatief/onbepaald) en BRAF-mutatiestatus (BRAF-gemuteerd met voorgaande BRAF-gerichte behandeling, BRAF-gemuteerd zonder voorafgaande BRAF-gerichte behandeling en BRAF in wilde vorm).

De twee primaire eindpunten van het onderzoek waren progressievrije overleving en algehele overleving. Twee belangrijke secundaire eindpunten waren objectief responspercentage, veiligheid en verdraagbaarheid.

ECHO-301/KEYNOTE-252 wordt gezamenlijk gefinancierd door Incyte en MSD. Meer informatie over het onderzoek is te vinden op https://clinicaltrials.gov/show/NCT02752074.

Over Epacadostat (INCB024360)

De immunosuppressieve gevolgen van de enzymactiviteit van indoleamine 2,3-dioxiogenase 1 (IDO1) op de micro-omgeving van tumoren helpen kankercellen om immunosurveillance te vermijden. Epacadostat is een zeer krachtige en selectieve orale remmer van het IDO1-enzym voor onderzoek. In klinische onderzoeken heeft de combinatie van epacadostatische en immune checkpointremmers een bewijs van concept getoond bij patiënten met inoperabel of metastatisch melanoom, niet-kleincellige longkanker, niercelcarcinoom, plaveiselcarcinoom van het hoofd en de nek en blaaskanker. In deze onderzoeken verbeterde epacadostat gecombineerd met de CTLA-4-remmer ipilimumab of de PD-1-remmers KEYTRUDA of nivolumab de responspercentages in vergelijking met studies van de immune checkpointremmers alleen.

Over KEYTRUDA® (pembrolizumab) injectie 100mg

KEYTRUDA is een anti-PD-1-therapie die werkt door het vermogen van het immuunsysteem van het lichaam te helpen tumorcellen te detecteren en te bestrijden. KEYTRUDA is een gehumaniseerd monoklonaal antilichaam dat de interactie tussen PD-1 en zijn liganden, PD-L1 en PD-L2, blokkeert, waarbij T-lymfocyten worden geactiveerd. Dit kan een uitwerking hebben op zowel tumorcellen als gezonde cellen.

MSD beschikt over het grootste klinische onderzoeksprogramma op het gebied van immuno-oncologie binnen de sector, dat momenteel bestaat uit meer dan 700 onderzoeken waarin KEYTRUDA wordt onderzocht voor een brede verscheidenheid van kankers en behandelingsomstandigheden. Het klinisch programma KEYTRUDA is gericht op het verkrijgen van inzicht in de rol van KEYTRUDA voor verschillende kankers en de factoren die een indicatie kunnen geven van de waarschijnlijkheid dat een patiënt baat zal hebben bij behandeling met KEYTRUDA, met inbegrip van de verkenning van verscheidene biomarkers.

Incyte Conference Call Information

Incyte organiseert een conference call voor beleggers op 6 april 2018 om 08.00 uur. De conference call is te bereiken via het tabblad Events and Presentations van het gedeelte Investor op www.incyte.com.

U kunt op 6 april 2018 deelnemen aan de conference door te bellen naar 1-877-407-8037 (bellers in de Verenigde Staten) of naar +1-201-689-8037 (bellers buiten de Verenigde Staten). Voer op het moment dat daarom wordt gevraagd het identificatienummer voor de conference call in: 13677686.

Als u niet in staat bent deel te nemen, kunt u gedurende 30 dagen een opname van de conference call beluisteren. Het inbelnummer voor de opname voor bellers in de Verenigde Staten is 1-877-660-6853 en voor bellers buiten de Verenigde Staten +1-201-612-7415. Voor toegang tot de opname hebt u het identificatienummer van de conference call nodig: 13677686.

KEYTRUDA® (pembrolizumab) indicaties en dosering

Melanoom

KEYTRUDA is geïndiceerd voor de behandeling van patiënten met inoperabel of metastatisch melanoom bij een vaste dosis van 200 mg elke drie weken tot ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit.

Longkanker

KEYTRUDA, als monotherapie, is geïndiceerd voor eerstelijnsbehandeling van patiënten met metastatische niet-kleincellige longkanker (NSCLC) waarvan de tumoren een hoge PD-L1-expressie hebben [tumor proportion score (TPS) ≥50%] zoals bepaald door middel van een door de FDA goedgekeurde test, zonder EGFR of ALK genomische tumorafwijkingen.

KEYTRUDA, als monotherapie, is tevens geïndiceerd voor de behandeling van patiënten met metastatische NSCLC waarvan de tumoren PD-L1 afgeven (TPS ≥1%) zoals bepaald door middel van een door de FDA goedgekeurde test, met ziekteprogressie tijdens of na een chemotherapie met platina. Patiënten met EGFR of ALK genomische tumorafwijkingen kunnen in aanmerking komen voor toediening van KEYTRUDA in geval van progressie van de ziekte bij een door de FDA goedgekeurde behandeling van deze afwijkingen.

KEYTRUDA, in combinatie met pemetrexed en carboplatine, is geïndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van patiënten met metastatische niet-squameuze NSCLC. Deze indicatie is goedgekeurd op grond van een versnelde goedkeuringsprocedure op basis van tumorresponspercentage en progressievrije overleving. Voortgezette goedkeuring van deze indicatie kan afhankelijk zijn van de verificatie en beschrijving van de klinische baten in de bevestigende onderzoeken.

Bij metastatische NSCLC wordt KEYTRUDA toegediend in een vaste dosis van 200 mg, eenmaal per drie weken, tot zich ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit voordoet, of tot 24 maanden bij patiënten zonder ziekteprogressie.

Wanneer KEYTRUDA wordt toegediend in combinatie met chemotherapie, dient KEYTRUDA te worden toegediend voorafgaande aan de chemotherapie als deze op dezelfde dag wordt toegediend. Zie ook de informatie over het voorschrijven van pemetrexed en carboplatine.

Hoofd- en halskanker

KEYTRUDA is geïndiceerd voor de behandeling van patiënten met terugkerend of metastatisch squameus hoofd- en halscarcinoom (HNSCC) met ziekteprogressie tijdens of na een chemotherapie met platina. Deze indicatie is goedgekeurd op grond van een versnelde goedkeuringsprocedure op basis van tumorresponspercentage en duur van de respons. Voortgezette goedkeuring van deze indicatie kan afhankelijk zijn van de verificatie en beschrijving van de klinische baten in de bevestigende onderzoeken. Bij HNSCC wordt KEYTRUDA toegediend in een vaste dosis van 200 mg, eenmaal per drie weken, tot zich ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit voordoet, of tot 24 maanden bij patiënten zonder ziekteprogressie.

Klassiek hodgkinlymfoom

KEYTRUDA is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten en kinderen met refractair klassiek hodgkinlymfoom (cHL), of die zijn teruggevallen na drie of meer eerdere behandelingslijnen. Deze indicatie is goedgekeurd op grond van een versnelde goedkeuringsprocedure op basis van tumorresponspercentage en duur van de respons. Voortgezette goedkeuring van deze indicatie kan afhankelijk zijn van de verificatie en beschrijving van de klinische baten in de bevestigende onderzoeken. Bij volwassenen met cHL wordt KEYTRUDA toegediend in een vaste dosis van 200 mg, eenmaal per drie weken, tot zich ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit voordoet, of tot 24 maanden bij patiënten zonder ziekteprogressie. Bij kinderen met cHL wordt KEYTRUDA toegediend in een dosis van 2 mg/kg (met een maximum van 200 mg), eenmaal per drie weken, tot zich ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit voordoet, of tot 24 maanden bij patiënten zonder ziekteprogressie.

Urotheelcarcinoom

KEYTRUDA is geïndiceerd voor de behandeling van patiënten met lokaal gevorderd of metastatisch urotheelcarcinoom die niet in aanmerking komen voor chemotherapie met cisplatine. Deze indicatie is goedgekeurd op grond van een versnelde goedkeuringsprocedure op basis van tumorresponspercentage en duur van de respons. Voortgezette goedkeuring van deze indicatie kan afhankelijk zijn van de verificatie en beschrijving van de klinische baten in de bevestigende onderzoeken.

KEYTRUDA is tevens geïndiceerd voor de behandeling van patiënten met lokaal gevorderd of metastatisch urotheelcarcinoom met ziekteprogressie tijdens of na een chemotherapie met platina of binnen 12 maanden na neoadjuvante of adjuvante behandeling met chemotherapie met platina.

Bij lokaal gevorderd of metastatisch urotheelcarcinoom wordt KEYTRUDA toegediend in een vaste dosis van 200 mg, eenmaal per drie weken, tot zich ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit voordoet, of tot 24 maanden bij patiënten zonder ziekteprogressie.

Kanker met hoge microsatellietinstabiliteit (MSI-H)

KEYTRUDA is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten en kinderen met inoperabele of metastatische hoge microsatellietinstabiliteit (MSI-H) of mismatch-repairdeficiëntie (dMMR)

  • vaste tumoren die zich verder hebben ontwikkeld na eerdere behandeling en waarvoor geen bevredigende alternatieve behandelingsopties bestaan.
  • darmkanker die zich verder heeft ontwikkeld na behandeling met fluoropyrimidine, oxaliplatine en irinotecan.

Deze indicatie is goedgekeurd op grond van een versnelde goedkeuringsprocedure op basis van tumorresponspercentage en duur van de respons. Voortgezette goedkeuring van deze indicatie kan afhankelijk zijn van de verificatie en beschrijving van de klinische baten in de bevestigende onderzoeken. De veiligheid en werkzaamheid van KEYTRUDA bij kinderen met MSI-H kanker van het centrale zenuwstelsel zijn niet bepaald.

Bij volwassenen met MSI-H kanker, wordt KEYTRUDA toegediend in een vaste dosis van 200 mg, eenmaal per drie weken, tot zich ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit voordoet, of tot 24 maanden bij patiënten zonder ziekteprogressie. Bij kinderen met MSI-H kanker, wordt KEYTRUDA toegediend in een dosis van 2 mg/kg (met een maximum van 200 mg), eenmaal per drie weken, tot zich ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit voordoet, of tot 24 maanden bij patiënten zonder ziekteprogressie.

Maagkanker

KEYTRUDA is geïndiceerd voor de behandeling van patiënten met terugkerende lokale gevorderde of metastatische adenocarcinoom van de maag of maag-darmverbinding waarvan de tumoren PD-L1 afgeven [gecombineerde positieve score (CPS) ≥1] bepaald door middel van een door de FDA goedgekeurde test, met ziekteprogressie bij of na twee of meer eerdere behandelingslijnen, met inbegrip van chemotherapie met fluoropyrimidine en platina, en, indien passend, HER2/neu-gerichte therapie. Deze indicatie is goedgekeurd op grond van een versnelde goedkeuringsprocedure op basis van tumorresponspercentage en duur van de respons. Voortgezette goedkeuring van deze indicatie kan afhankelijk zijn van de verificatie en beschrijving van de klinische baten in de bevestigende onderzoeken. De aanbevolen dosis van KEYTRUDA is 200 mg, eenmaal per drie weken, tot zich ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit voordoet, of tot 24 maanden bij patiënten zonder ziekteprogressie.

Selectie van belangrijke veiligheidsinformatie met betrekking tot KEYTRUDA®

KEYTRUDA kan door het immuunsysteem gemedieerde pneumonitis veroorzaken, met inbegrip van fatale gevallen. Pneumonitis deed zich voor bij 94 (3,4%) van de 2799 patiënten die KEYTRUDA kregen toegediend, waaronder gevallen van ernstgraad 1 (0,8%), 2 (1,3%), 3 (0,9%), 4 (0,3%) en 5 (0,1%), en deed zich vaker voor bij patiënten met een historie van eerdere thoracische straling (6,9%) in vergelijking met patiënten zonder (2,9%). Let bij patiënten op aanwijzingen en symptomen van pneumonitis. Evalueer patiënten waarbij pneumonitis wordt vermoed met radiografische beeldverwerving. Dien corticosteroïden toe bij pneumonitis van ernstgraad 2 of hoger. Schort de toediening van KEYTRUDA op bij ernstgraad 2. Stop de toediening van KEYTRUDA definitief bij pneumonitis van ernstgraad 3 of 4 of terugkerende pneumonitis van ernstgraad 2.

KEYTRUDA kan door het immuunsysteem gemedieerde colitis veroorzaken. Colitis deed zich voor bij 48 (1,7%) van de 2799 patiënten die KEYTRUDA kregen toegediend, waaronder gevallen van ernstgraad 2 (0,4%), 3 (1,1%) en 4 (<0,1%). Let bij patiënten op tekenen en symptomen van colitis. Dien corticosteroïden toe bij colitis van ernstgraad 2 of hoger. Schort de toediening van KEYTRUDA op bij ernstgraad 2 of 3. Stop de toediening van KEYTRUDA definitief bij colitis van ernstgraad 4.

KEYTRUDA kan door het immuunsysteem gemedieerde hepatitis veroorzaken. Hepatitis deed zich voor bij 19 (0,7%) van de 2799 patiënten die KEYTRUDA kregen toegediend, waaronder gevallen van ernstgraad 2 (0,1%), 3 (0,4%) en 4 (<0,1%). Let bij patiënten op veranderingen in de leverfunctie. Dien corticosteroïden toe bij hepatitis van ernstgraad 2 of hoger en schort de toediening van KEYTRUDA op of beëindig deze definitief, afhankelijk van de ernst van de verhoging in het leverenzymniveau.

KEYTRUDA kan hypofysitis veroorzaken. Hypofysitis deed zich voor bij 17 (0,6%) van de 2799 patiënten die KEYTRUDA kregen toegediend, waaronder gevallen van ernstgraad 2 (0,2%), 3 (0,3%) en 4 (<0,1%). Let bij patiënten op aanwijzingen en symptomen van hypofysitis (met inbegrip van hypopituitarisme en adrenale insufficiëntie). Dien corticosteroïden en hormoonvervanging toe, zoals klinisch geïndiceerd. Schort de toediening van KEYTRUDA op bij ernstgraad 2. Schort de toediening van KEYTRUDA op of stop deze definitief bij hypofysitis van ernstgraad 3 of 4.

KEYTRUDA kan schildklierstoornissen veroorzaken, met inbegrip van hyperthyreoïdie, hypothyreoïdie en thyreoïditis. Hyperthyreoïdie deed zich voor bij 96 (3,4%) van de 2799 patiënten die KEYTRUDA kregen toegediend, waaronder gevallen van ernstgraad 2 (0,8%), 3 (0,1%). Hypothyreoïdie deed zich voor bij 237 (8,5%) van de 2799 patiënten die KEYTRUDA kregen toegediend, waaronder gevallen van ernstgraad 2 (6,2%), 3 (0,1%). De incidentie van nieuwe of verergerde hypothyreoïdie was hoger bij patiënten met HNSCC, en deed zich voor bij 28 (15%) van de 192 patiënten met HNSCC, waaronder gevallen van ernstgraad 3 (0,5%). Thyreoïditis deed zich voor bij 16 (0,6%) van de 2799 patiënten die KEYTRUDA kregen toegediend, waaronder gevallen van ernstgraad 2 (0,3%). Let bij patiënten op veranderingen in de schildklierfunctie (aan het begin van de behandeling, periodiek tijdens de behandeling, en zoals geïndiceerd op basis van klinische evaluatie) en op aanwijzingen en symptomen van schildklierstoornissen. Dien vervangende hormonen toe voor hypothyreoïdie en behandel hyperthyreoïdie met thionamiden en bètablokkers, waar van toepassing. Schort de toediening van KEYTRUDA op of beëindig deze definitief bij hyperthyreoïdie van ernstgraad 3 of 4.

KEYTRUDA kan diabetes mellitus type 1 veroorzaken, met inbegrip van diabetische ketoacidose, gemeld bij 6 (0,2%) van de 2799 patiënten. Let bij patiënten op hyperglykemie of andere aanwijzingen en symptomen van diabetes. Dien insuline toe voor diabetes type 1 en schort de toediening van KEYTRUDA op en dien antidiabetica toe bij patiënten met ernstige hyperglykemie.

KEYTRUDA kan door het immuunsysteem gemedieerde nefritis veroorzaken. Nefritis deed zich voor bij 9 (0,3%) van de 2799 patiënten die KEYTRUDA kregen toegediend, waaronder gevallen van ernstgraad 2 (0,1%), 3 (0,1%) en 4 (<0,1%). Let bij patiënten op veranderingen in de nierfunctie. Dien corticosteroïden toe bij nefritis van ernstgraad 2 of hoger. Schort de toediening van KEYTRUDA op bij ernstgraad 2. Stop de toediening van KEYTRUDA definitief bij nefritis van ernstgraad 3 of 4.

Door het immuunsysteem gemedieerde huiduitslag kan zich voordoen, met inbegrip van Syndroom van Stevens-Johnson (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN) (sommige gevallen met fatale afloop), erytrodermie en bulleus pemfigoïd (BP). Let bij patiënten op verdachte ernstige huidreacties en schort de toediening van KEYTRUDA of stop deze definitief, afhankelijk van de ernst van de bijwerking, en dien corticosteroïden toe. Schort bij tekenen of symptomen van SJS of TEN, de toediening van KEYTRUDA op en verwijs de patiënt door naar een specialist voor beoordeling en behandeling. Als SJS of TEN is bevestigd, de toediening van KEYTRUDA definitief stoppen.

KEYTRUDA kan andere klinisch belangrijke door het immuunsysteem gemedieerde bijwerkingen veroorzaken. Deze door het immuunsysteem gemedieerde bijwerkingen kunnen zich voordoen in enig orgaanstelsel. Zie bij het vermoeden van door het immuunsysteem gemedieerde bijwerkingen toe op adequate evaluatie ter bevestiging van de etiologie of ter uitsluiting van andere oorzaken. Schot de toediening van KEYTRUDA op en dien corticosteroïden toe, afhankelijk van de ernst van de bijwerkingen. Start na verlichting tot ernstgraad 1 of lager de geleidelijke verlaging van de dosering van corticosteroïden over een periode van ten minste 1 maand. Op basis van beperkte gegevens uit klinische onderzoeken met patiënten waarvan de door het immuunsysteem gemedieerde bijwerkingen niet konden worden beheerd door middel van corticosteroïden, kan toediening van andere systemische immunosuppressiva worden overwogen. Hervat de toediening van KEYTRUDA indien het niveau van de bijwerkingen op ernstgraad 1 of lager blijft na de verlaging van de dosering van corticosteroïden. Stop de toediening van KEYTRUDA definitief bij door het immuunsysteem gemedieerde bijwerkingen van ernstgraad 3, en bij levensbedreigende door het immuunsysteem gemedieerde bijwerkingen.

De volgende klinisch significante door het immuunsysteem gemedieerde bijwerkingen deden zich voor bij minder dan 1% (tenzij anders aangegeven) van de 2799 patiënten: artritis (1,5%), uveïtis, myositis, syndroom van Guillain-Barré, myasthenia gravis, vasculitis, pancreatitis, hemolytische anemie en partiële insulten bij een patiënt met ontstekingshaarden in hersenparenchym. Verder zijn myelitis en myocarditis gemeld in andere klinische onderzoeken, met inbegrip van klassieke hodgkinlymfoom, en tijdens gebruik nadat het middel op de markt is gebracht.

Afstoting van orgaantransplantatie is gemeld tijdens gebruik nadat het middel op de markt is gebracht. Behandeling met KEYTRUDA kan het risico van afstoting verhogen bij ontvangers van een orgaantransplantatie. Weeg de voordelen van de behandeling met KEYTRUDA af tegen het risico van mogelijke afstoting van organen bij deze patiënten.

KEYTRUDA kan ernstige of levensbedreigende infuusgerelateerde reacties veroorzaken, met inbegrip van overgevoeligheid en anafylaxis, gemeld bij 6 (0,2%) van de 2799 patiënten. Let bij patiënten op aanwijzingen en symptomen van infuusgerelateerde reacties, waaronder koude rillingen, zware ademhaling, jeuk, blozen, huiduitslag, hypotensie, hypoxemie en koorts. Stop de infusie bij reacties van ernstgraad 3 of 4 en stop de toediening van KEYTRUDA definitief.

Door het immuunsysteem gemedieerde complicaties, met inbegrip van fatale voorvallen, deden zich voor bij patiënten die allogene hematopoietische stamceltransplantatie (HSCT) ondergingen na behandeling met KEYTRUDA. Van de 23 patiënten met cHL die allogene HSCT ondergingen na behandeling met KEYTRUDA tijdens een onderzoek, ontwikkelde zich bij 6 patiënten (26%) graft-versus-hostreactie (GVHD), in één geval fataal, en bij 2 patiënten (9%) ontwikkelde zich ernstige veno-occlusieve leverziekte (VOD) na reduced-intensity conditioning, in één geval fataal. Gevallen van fatale hyperacute GVHD na allogene HSCT zijn tevens gemeld bij patiënten met lymfoom die een PD-1 receptor–blokkerend antilichaam toegediend kregen tegen transplantatie.

Deze complicaties kunnen optreden ondanks interveniërende behandeling tussen PD-1-blokkade en allogene HSCT. Volg patiënten nauwgezet voor vroege aanwijzingen van transplantatiegerelateerde complicaties, zoals hyperacute GVHD, ernstige acute GVHD (ernstgraad 3 tot 4), koortssyndroom dat behandeling met steroïden vereist, hepatische VOD en andere door het immuunsysteem gemedieerde bijwerkingen, en grijp direct in.

Tijdens klinische onderzoeken bij patiënten met multipel myeloom, leidde de toevoeging van KEYTRUDA aan een thalidomide analoog plus dexamethason in verhoogde mortaliteit. Behandeling van deze patiënten met PD-1- of PD-L1-blokkerend antilichaam bij deze combinatie wordt niet aanbevolen buiten beheerde klinische onderzoeken.

Als gevolg van de wijze waarop KEYTRUDA werkt, kan schade worden toegebracht aan de foetus bij toediening aan zwangere vrouwen. Informeer de patiënt van het potentiële gevaar voor de foetus bij gebruik tijdens de zwangerschap, of indien de patiënt zwanger wordt tijdens de behandeling. Adviseer vrouwelijke patiënten die zwanger zouden kunnen worden om uiterst effectieve anticonceptie te gebruiken tijdens de behandeling en gedurende 4 maanden na de laatste toediening van KEYTRUDA.

Tijdens KEYNOTE-006 werd KEYTRUDA gestopt wegens bijwerkingen bij 9% van de 555 patiënten met gevorderde melanoom. De bijwerkingen die leidden tot stopzetting bij meer dan één patiënt waren colitis (1,4%), auto-immune hepatitis (0,7%), allergische reactie (0,4%), polyneuropathie (0,4%) en hartfalen (0,4%). Bijwerkingen die leidden tot onderbreking van KEYTRUDA deden zich voor bij 21% van de patiënten. De meest voorkomende hiervan (≥1%) was diarree (2,5%). De meest voorkomende bijwerkingen bij KEYTRUDA in vergelijking met ipilimumab waren vermoeidheid (28% vs 28%), diarree (26% bij KEYTRUDA), huiduitslag (24% vs 23%) en misselijkheid (21% bij KEYTRUDA). Corresponderende incidentiepercentages voor ipilimumab worden alleen vermeld voor bijwerkingen die zich voordeden bij hetzelfde of een lager percentage van de patiënten dan in het geval van KEYTRUDA.

Tijdens KEYNOTE-010 werd KEYTRUDA als monotherapie gestopt wegens bijwerkingen bij 8% van de 682 patiënten met metastatische NSCLC. De meest voorkomende bijwerking die leidde tot definitieve beëindiging van KEYTRUDA was pneumonitis (1,8%). Bijwerkingen die leidden tot onderbreking van KEYTRUDA deden zich voor bij 23% van de patiënten. De meest voorkomende (≥1%) waren diarree (1%), vermoeidheid (1,3%), longontsteking (1%), verhoging in het leverenzymniveau (1,2%), verlaagde eetlust (1,3%) en pneumonitis (1%). De meest voorkomende bijwerkingen (optredend bij ten minste 20% van de patiënten en met een hogere incidentie dan bij docetaxel) waren verlaagde eetlust (25% vs 23%), dyspneu (23% vs 20%) en misselijkheid (20% vs 18%).

Tijdens KEYNOTE-021(G1), waarbij KEYTRUDA werd toegediend in combinatie met carboplatine en pemetrexed (carbo/pem) voor de behandeling van gevorderde niet-squameuze NSCLC, werd KEYTRUDA stopgezet bij 10% van de 59 patiënten. De meestvoorkomende bijwerking die leidde tot stopzetting van KEYTRUDA (≥2%) was acuut nierletsel (3,4%). Bijwerkingen die leidden tot onderbreking van KEYTRUDA deden zich voor bij 39% van de patiënten. De meest voorkomende (≥2%) waren vermoeidheid (8%), verlaging van het aantal neutrofielen (8%), anemie (5%), dyspneu (3,4%) en pneumonitis (3,4%). De meest voorkomende bijwerkingen (≥20%) bij KEYTRUDA in vergelijking met alleen carbo/pem waren vermoeidheid (71% vs 50%), misselijkheid (68% vs 56%), constipatie (51% vs 37%), huiduitslag (42% vs 21%), braken (39% vs 27%), dyspneu (39% vs 21%), diarree (37% vs 23%), verlaagde eetlust (31% vs 23%), hoofdpijn (31% vs 16%), hoesten (24% vs 18%), duizeligheid (24% vs 16%), insomnie (24% vs 15%), pruritus (24% vs 4,8%), perifeer oedeem (22% vs 18%), dysgeusie (20% vs 11%), alopecia (20% vs 3,2%), infectie van de bovenste luchtwegen (20% vs 3,2%), en artralgie (15% vs 24%). Dit onderzoek was niet opgezet om een statistisch significant verschil in bijwerkingen tussen KEYTRUDA en alleen carbo/pem aan te tonen voor een gegeven bijwerking.

Tijdens KEYNOTE-012 werd KEYTRUDA gestopt wegens bijwerkingen bij 17% van de 192 patiënten met HNSCC. Bij 45% van de patiënten deden zich ernstige bijwerkingen voor. De meest frequente ernstige bijwerkingen, gemeld bij ten minste 2% van de patiënten, waren longontsteking, dyspneu, delier, braken, pleurale effusie en respiratoir falen. De meest voorkomende bijwerkingen (gemeld bij ten minste 20% van de patiënten) waren vermoeidheid, verlaagde eetlust en dyspneu. De bijwerkingen die zich voordeden bij patiënten met HNSCC waren in het algemeen vergelijkbaar met de bijwerkingen die zicht voordeden bij patiënten met melanoom of NSCLC, met uitzondering van verhoogde incidentie van gezichtsoedeem (10% alle ernstgraden, 2,1 % ernstgraad 3 of 4) en nieuwe of verergerde hypothyreoïdie.

Tijdens KEYNOTE-087 werd KEYTRUDA wegens bijwerkingen gestopt bij 5% van de 210 patiënten met cHL, en werd de behandeling wegens bijwerkingen onderbroken bij 26% van de patiënten. Bij vijftien procent (15%) van de patiënten deed zich een bijwerking voor die een systemische corticosteroïdetherapie vereiste. Bij 16% van de patiënten deden zich ernstige bijwerkingen voor. Tot de meest frequente ernstige bijwerkingen (≥1%) behoorden longontsteking, pneumonitis, pyrexie, dyspneu, GVHD en herpes zoster. Twee patiënten overleden door ander oorzaken dat ziekteprogressie: een door GVHD na opvolgende allogene HSCT en een door septische shock. De meest voorkomende bijwerkingen (gemeld bij ≥20% van de patiënten) waren vermoeidheid (26%), pyrexie (24%), hoesten (24%), musculoskeletale pijn (21%), diarree (20%) en huiduitslag (20%).

Tijdens KEYNOTE-052 werd KEYTRUDA gestopt wegens bijwerkingen bij 11% van de 370 patiënten met lokaal gevorderd of metastatisch urotheelcarcinoom. De meest voorkomende bijwerkingen (gemeld bij ≥20% van de patiënten) waren vermoeidheid (38%), musculoskeletale pijn (24%), verlaagde eetlust (22%), constipatie (21%), huiduitslag (21%) en diarree (20%). Achttien patiënten (5%) overleden door andere oorzaken dan ziekteprogressie. Vijf patiënten (1,4%) die werden behandeld met KEYTRUDA overleden aan de gevolgen van sepsis en 3 patiënten (0,8%) overleden aan de gevolgen van longontsteking. Bijwerkingen die leidden tot onderbreking van KEYTRUDA deden zich voor bij 22% van de patiënten. De meest voorkomende (≥1%) waren verhoging in het leverenzymniveau, diarree, infectie van de urinewegen, acuut nierletsel, vermoeidheid, gewrichtspijn en longontsteking. Ernstige bijwerkingen deden zich voor bij 42% van de patiënten. De meest frequente (≥2%) daarvan waren infectie van de urinewegen, hematurie, acuut nierletsel, longontsteking en urosepsis.

Tijdens KEYNOTE-045 werd KEYTRUDA gestopt wegens bijwerkingen bij 8% van de 266 patiënten met lokaal gevorderd of metastatisch urotheelcarcinoom. De meest voorkomende bijwerking die leidde tot definitieve beëindiging van KEYTRUDA was pneumonitis (1,9%). Bijwerkingen die leidden tot onderbreking van KEYTRUDA deden zich voor bij 20% van de patiënten. De meest voorkomende (≥1%) waren infectie van de urinewegen (1,5%), diarree (1,5%) en colitis (1,1%). De meest voorkomende bijwerkingen (≥20%) bij patiënten die werden behandeld met KEYTRUDA in vergelijking met patiënten die werden behandeld met chemotherapie waren (38% vs 56%), musculoskeletale pijn (32% vs 27%), pruritus (23% vs 6%), verlaagde eetlust (21% vs 21%), misselijkheid (21% vs 29%) en huiduitslag (20% vs 13%). Ernstige bijwerkingen deden zich voor bij 39% van de patiënten die werden behandeld met KEYTRUDA. De meest frequente (≥2%) daarvan waren infectie van de urinewegen, longontsteking, anemie en pneumonitis.

Het is niet bekend of KEYTRUDA wordt uitgescheiden in moedermelk. Draag moeders op borstvoeding te staken tijdens de behandeling met KEYTRUDA en gedurende 4 maanden na de laatste dosis, aangezien veel geneesmiddelen worden uitgescheiden in moedermelk.

Er is weinig ervaring met kinderen. Tijdens een onderzoek kregen 40 jeugdige patiënten (16 kinderen van 2 tot 12 jaar en 24 jongeren van 12 tot 18 jaar) met gevorderde melanoom, lymfoom, of PD-L1-positieve gevorderde, terugkerende of refractaire vaste tumoren KEYTRUDA toegediend, 2 mg/kg elke 3 weken. De patiënten ontvingen gemiddeld 3 doses van KEYTRUDA (tussen 1–17 doses), waarbij 34 patiënten (85%) 2 of meer doses van KEYTRUDA ontvingen. Het veiligheidsprofiel bij deze jeugdige patiënten was vergelijkbaar met de waarnemingen bij volwassenen die werden behandeld met KEYTRUDA. Toxiciteiten die optraden bij een hoger percentage van deze patiënten (verschil ≥15%) dan bij volwassenen jonger dan 65 jaar waren vermoeidheid (45%), braken (38%), buikpijn (28%), hypertransaminasemie (28%) en hyponatremie (18%).

Over Incyte

Incyte Corporation is een biofarmaceutisch bedrijf gevestigd in Wilmington, Delaware dat zich richt op de ontdekking, ontwikkeling en commercialisering van eigen therapeutische behandelingsmethoden. Ga voor meer informatie over Incyte naar de website van het bedrijf op www.incyte.com.

Volg @Incyte op Twitter via https://twitter.com/Incyte.

MSD

MSD, a vooraanstaand internationaal biofarmaceutisch bedrijf, houdt zich al meer dan een eeuw bezig met innovaties voor het leven en dit heeft geresulteerd in geneesmiddelen en vaccins voor veel van ’s werelds meest uitdagingen aandoeningen. MSD is een handelsnaam van Merck & Co., Inc., met hoofdkantoor in Kenilworth, New Jersey, VS. Met onze op recept verkrijgbare geneesmiddelen, vaccins, biologische therapieën, en diergeneeskundige producten bieden we innovatieve behandelingen voor een betere gezondheid van mensen en dieren in meer dan 140 landen. Daarnaast geven we blijk van onze toewijding tot het toegankelijker maken van gezondheidszorg door middel van verreikende beleidsplannen, programma’s en samenwerkingsverbanden. Ook tegenwoordig verricht MSD nog steeds baanbrekend onderzoek naar verbeteringen op het gebied van de preventie en behandeling van aandoeningen die een bedreiging vormen voor mensen en gemeenschappen over de hele wereld - waaronder kanker, cardio-metabolische aandoeningen, in opkomst zijnde aandoeningen bij dieren, ziekte van Alzheimer en infectieziekten als HIV en Ebola. Ga voor meer informatie naar www.msd.com en volg ons op Twitter, LinkedIn en YouTube.

Uitspraken van Incyte Corporation met betrekking tot de toekomst

Naast de historische informatie die in dit document wordt gegeven, bevat dit document voorspellingen, verwachtingen en andere uitspraken met betrekking tot de toekomst, met inbegrip van uitspraken met betrekking tot de intentie van Incyte voor de voortzetting van het onderzoek naar de wijze waarop IDO1-inhibitie en andere innovatieve mechanismen de uitkomsten voor patiënten kunnen verbeteren. Deze uitspraken met betrekking tot de toekomst zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen Incyte en zijn onderhevig aan risico's en onzekerheden waardoor de werkelijke resultaten materieel kunnen verschillen, waaronder de resultaten van verder onderzoek en verdere ontwikkeling rond epacadostat en andere kandidaat-geneesmiddelen, onvoorziene ontwikkelingen omtrent en risico's met betrekking tot de werkzaamheid of veiligheid van de producten en kandidaat-geneesmiddelen van Incyte, de effecten van concurrentie op de markt, de resultaten van derde onderzoek en verdere ontwikkeling en andere risico's die van tijd tot tijd gedetailleerd worden vermeld in de rapporten van Incyte, ingediend bij de Securities and Exchange Commission, waaronder het Formulier 10-K voor het jaar eindigende op 31 december 2017. Incyte wijst elke intentie of verplichting om deze uitspraken met betrekking tot de toekomst bij te werken van de hand.

Toekomstgerichte verklaring van Merck & Co., Inc., Kenilworth, N.J., VS

Dit persbericht van Merck & Co., Inc., Kenilworth, N.J., VS (de “Company”) bevat uitspraken met betrekking tot de toekomst ('forward-looking statements') in de zin van de ‘safe harbor’-bepalingen van de Amerikaanse Private Securities Litigation Reform Act uit 1995. Deze uitspraken zijn gebaseerd op huidige overtuigingen en verwachtingen van het management van het bedrijf en zijn onderhevig aan aanzienlijke risico’s en onzekerheden. Met betrekking tot producten in het ontwikkeltraject kan niet worden gegarandeerd dat de noodzakelijke reglementaire goedkeuring voor de producten zal worden verleend of dat de producten commercieel succesvol zullen zijn. Als de onderliggende aannames onjuist blijken te zijn, of risico’s of onzekerheden werkelijkheid worden, kunnen de werkelijke resultaten aanzienlijk afwijken van de resultaten die worden beschreven in de uitspraken met betrekking tot de toekomst.

Tot de risico’s en onzekerheden behoren, onder andere, de algemene omstandigheden en de concurrentie binnen de bedrijfstak; algemene economische factoren, met inbegrip van schommelingen in rentetarieven en wisselkoersen; de gevolgen van regulering van de farmaceutische industrie en de wetgeving op het gebied van de gezondheidszorg in de Verenigde Staten en daarbuiten; mondiale trends op het gebied van beheersing van de kosten van de gezondheidszorg; technologische vooruitgang, nieuwe producten en octrooien van concurrenten; uitdagingen die van nature zijn verbonden aan de ontwikkeling van nieuwe producten, inclusief het verkrijgen van goedkeuring van regulerende instanties; het vermogen van het bedrijf tot het nauwkeurig voorspellen van toekomstige marktomstandigheden; problemen en vertragingen bij de productie; financiële instabiliteit van internationale economieën en politieke instabiliteit; afhankelijkheid van de effectiviteit van de octrooien en andere voorzieningen van het bedrijf ter bescherming van innovatieve producten; en de blootstelling aan gerechtelijke processen, waaronder processen op het gebied van octrooirecht, en/of maatregelen van regelgevende instanties.

Het bedrijf verplicht zich niet om publiekelijk een uitspraak met betrekking tot de toekomst te actualiseren, ongeacht of sprake is van nieuwe informatie, toekomstige voorvallen of andere factoren. Andere factoren die ertoe zouden kunnen leiden dat de daadwerkelijke resultaten wezenlijk afwijken van de resultaten die worden beschreven in de uitspraken met betrekking tot de toekomst zijn te vinden in het jaarrapport van het bedrijf voor 2017 op Formulier 10-K en de andere stukken die door het bedrijf zijn ingediend bij de Securities and Exchange Commission (SEC), verkrijgbaar op de website van de SEC (www.sec.gov).

Informatie over het voorschrijven van KEYTRUDA (pembrolizumab) is te vinden op http://www.merck.com/product/usa/pi_circulars/k/keytruda/keytruda_pi.pdf. Informatie voor patiënten en de medicatiehandleiding voor KEYTRUDA zijn te vinden op http://www.merck.com/product/usa/pi_circulars/k/keytruda/keytruda_mg.pdf.

Deze bekendmaking is officieel geldend in de originele brontaal. Vertalingen zijn slechts als leeshulp bedoeld en moeten worden vergeleken met de tekst in de brontaal, die als enige rechtsgeldig is.

Bekijk het oorspronkelijke bericht op businesswire.com: https://www.businesswire.com/news/home/20180408005055/nl/

CONTACT:
Incyte
Media
Catalina Loveman, +1 302-498-6171
of
Beleggers
Michael Booth, DPhil, +1 302-498-5914
of
MSD
Media
Pamela Eisele, +1 267-305-3558
of
Elizabeth Sell, +1 267-305-3877
of
Beleggers
Teri Loxam, +1 908-740-1986
of

Michael DeCarbo, +1 908-740-1807

Ticker_symbol NASDAQ:INCY
Ticker_symbol NYSE:MRK